In dit schilderij speel ik bewust met het Nederlandse spreekwoord “Oude koeien uit de sloot halen”. Letterlijk zien we twee koeien die zich in een sloot bevinden, terwijl een boer — half lachend, half machteloos — in het water wordt meegesleurd. Maar inhoudelijk gaat het werk over iets anders: over het telkens opnieuw oprakelen van het verleden.
De koeien heb ik expressief en bijna karikaturaal weergegeven. Hun lach is overdreven, bijna spottend. Zij lijken zich kostelijk te vermaken, terwijl de boer zichtbaar de controle verliest. Voor mij symboliseren de koeien oude kwesties, oude verhalen, oude verwijten — zaken die eigenlijk al lang hadden mogen rusten. Zodra je eraan trekt, trekken ze net zo hard terug.
Het polderlandschap op de achtergrond is typisch Nederlands: vlak, open, ogenschijnlijk rustig. Maar juist in die rust schuilt de dynamiek van het beeld. Het water spat op, modder vliegt rond — het moment is explosief en energiek. Het laat zien hoe het verleden, wanneer je het opnieuw oprakelt, onverwacht veel impact kan hebben.
De boer staat voor de mens die denkt grip te hebben op wat geweest is. Hij probeert de situatie te sturen, maar wordt zelf meegesleept. Het werk bevat humor, maar onder die humor ligt herkenning. Hoe vaak halen wij zelf “oude koeien” uit de sloot, terwijl we weten dat het vooral opspattend water en natte voeten oplevert?
Met dit schilderij wil ik luchtigheid brengen in een serieuze boodschap. Soms is het beter om de sloot rustig te laten en vooruit te kijken naar het open landschap. Want wie blijft trekken aan het verleden, kan zomaar zelf kopje-onder gaan.


















































